HEUSSEN's Corona Helpdesk

De gevolgen van Covid-19, oftewel het coronavirus, zijn over de hele wereld voelbaar. In veel landen staat de gezondheidszorg onder grote druk en heeft ook de economie te lijden onder de gevolgen van het virus. De Nederlandse overheid heeft de afgelopen weken verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Deze maatregelen gelden in ieder geval tot en met dinsdag 28 april 2020. Daarnaast heeft de Nederlandse overheid op 17 maart jl. een pakket maatregelen genomen om naast de gezondheid ook de economie en bedrijven zo veel mogelijk te beschermen.

De gevolgen van het coronavirus zullen voor u als ondernemer ook al voelbaar zijn. Ook kunnen de door de overheid gepresenteerde maatregelen vragen met zich brengen. Hoe dienen de door de overheid ingestelde maatregelen geïnterpreteerd te worden, hoe speelt men snel in op deze maatregelen en welke maatregelen kunnen uw onderneming helpen het hoofd boven water te houden? En wat nu als u uw contractuele afspraken niet kunt nakomen of uw leverancier stopt met leveren, kan dan een beroep op overmacht worden gedaan? Daarnaast roepen de adviezen van het RIVM ook veel arbeidsrechtelijke vragen op, zoals of een werknemer bepaalde werkzaamheden mag weigeren uit angst voor besmetting met het coronavirus. De Corona Helpdesk bestaat uit advocaten van diverse praktijkgroepen van HEUSSEN die u kunnen bijstaan en juridisch advies kunnen geven over alle corona gerelateerde vragen.

Heeft u vragen omtrent ondernemen in tijden van de corona-crisis, stel ze aan onze Corona Helpdesk. De Corona Helpdesk is bereikbaar via corona@heussen-law.nl en op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur via het telefoonnummer +31(0)20 312 2800.

Ons corona Helpdesk team:

Rens Sam L1002248
Luuk5
Ondernemingsrecht
Rens M.R. Berrevoets
Arbeidsrecht
Sam E.J.M. van Well
Procespraktijk
Luuk Rietveld

 


HEUSSEN's Corona blog

HEUSSEN geeft in dit blog antwoord op de meest gestelde vragen en juridisch advies over door de overheid geboden steun aan ondernemers.

Artikelen geschreven door HEUSSEN over het corona-topic:


18/05/2020

Update 19 - Algemeen
VERSOEPELING VAN DE COVID-19 MAATREGELEN PER 11 MEI 2020

In navolging van verschillende andere Europese landen heeft ook Nederland de Covid-19 maatregelen versoepeld. Ondanks het feit dat er in Nederland dagelijks nog steeds mensen overlijden aan de gevolgen van het virus, is er een positieve trend zichtbaar in de Covid-19 cijfers. De vraag vanuit de maatschappij om meer vrijheden werd daardoor ook steeds duidelijker hoorbaar. Het kabinet heeft daarom besloten om de beperkende Covid-19 maatregelen binnen verschillende sectoren per 11 mei 2020 te versoepelen. Ook heeft het kabinet een aantal voorspellingen gegeven over hoe het verwacht toekomstige versoepelingen vorm te geven.
De versoepelingen van het kabinet zien in eerste instantie op het aanpassen van lokale maatregelen. Versoepeling van lokale maatregelen zal namelijk niet direct leiden tot meer drukte op straat, in het verkeer of in het openbaar vervoer. Later zullen versoepelingen op regionaal, en later op landelijk niveau volgen.

Versoepeling van de maatregelen per 11 mei 2020

School
Basisscholen, inclusief het speciaal (basis)onderwijs, en de dag- en gastouderopvang zijn per 11 mei 2020 weer open gegaan.

Sport en spel
Sport en spel van kinderen en jongeren wordt ook weer stapsgewijs worden toegestaan. Kinderen tot en met 12 jaar mogen (onder begeleiding) samen buiten sporten. Jongeren van 13 tot en met 18 jaar mogen dit ook, mits zij hierbij anderhalve meter afstand houden. Daarnaast wordt buiten sporten in groepen toegestaan voor alle leeftijden, mits er anderhalve meter afstand gehouden wordt. Hierbij geldt echter dat er geen wedstrijden gespeeld mogen worden en dat de kleedkamers en douches niet toegankelijk zullen zijn.

Contactberoepen
Het uitoefenen van de meeste contactberoepen wordt weer toegestaan. Hierbij kan gedacht worden aan rijinstructeurs, bepaalde medische beroepen, beroepen die zien op de uiterlijke verzorging en het beoefenen van alternatieve geneeswijzen. Ook hierbij geldt dat het werk zo veel mogelijk op anderhalve meter afstand georganiseerd moet worden.

Openbaar vervoer
Voor het openbaar vervoer geldt dat hier alleen gebruik van mag worden gemaakt indien dat noodzakelijk is. Daarbij is het advies om de spits te vermijden, om elkaar de ruimte te geven en om niet-medische mondkapjes te dragen. In verband met de verwachting dat het openbaar vervoer vanaf 1 juni 2020 drukker zal worden, wordt het dragen van mondkapjes in het openbaar vervoer per die datum verplicht.

Toekomstperspectief

Zoals gezegd zijn de bovenstaande versoepelingen mogelijk omdat de klanten van deze sectoren voornamelijk uit de buurt komen. Het risico op drukte in het openbaar vervoer en op grote groepen (reizende) mensen is dus niet erg groot. Ook kan in de hierboven genoemde sectoren relatief makkelijk aan bepaalde gezondheidsadviezen voldaan worden, zoals regelmatig handen wassen.

Het is echter duidelijk dat ook in andere sectoren, zoals de horeca, de roep om versoepelingen steeds groter wordt. Het kabinet wil deze versoepelingen daarom stap voor stap, en in samenspraak met bedrijven en organisaties die plannen hebben gemaakt die passen binnen de anderhalve meter samenleving, doorvoeren.

Verwachtingen per 1 juni 2020
Als het virus onder controle blijft, dan is het de bedoeling dat per 1 juni het voortgezet onderwijs weer open zal gaan. Het is echter nog niet volledig uitgewerkt hoe dit moet gebeuren. Ook terrassen die de ruimte bieden om zitplaatsen te creëren waarbij klanten minimaal anderhalve meter afstand van elkaar zullen houden, zullen weer open mogen gaan. Daarnaast mogen bioscopen, restaurants en cafés en culturele instellingen zoals concertzalen en theaters weer worden geopend, onder de voorwaarden dat er maximaal 30 personen naar binnen kunnen en er anderhalve meter afstand gehouden wordt. Hierbij geldt ook dat de bezoekers vooraf moeten reserveren en dat de ondernemer door middel van een gesprek met de klant voorgaand aan het bezoek moet inschatten of het bezoek mogelijk risico’s oplevert.

Verwachtingen per 15 juni 2020
Verwacht wordt dat, wederom mits het virus onder controle blijft, per 15 juni 2020 binnen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) weer praktijklessen gegeven mogen worden en examens afgenomen mogen worden.

Verwachtingen per 1 juli 2020
Per 1 juli 2020 zullen naar verwachting de gemeenschappelijke wc’s en douches op campings en vakantieparken weer worden geopend. Ook kan het maximum aantal bezoekers aan bioscopen, restaurants, cafés en culturele instellingen tegen die tijd wellicht worden uitgebreid naar 100 personen. Dit zal dan ook gelden voor georganiseerde samenkomsten, zoals kerkdiensten, bruiloften en uitvaarten.

Verwachtingen per 1 september 2020
Als het virus ook op 1 september 2020 nog onder controle is, mogen ook fitnessclubs, sauna’s en wellness centra, verenigingskantines, coffeeshops en casino’s weer worden geopend. Tegen die tijd zullen dan ook alle contactsporten en binnensporten weer mogelijk zijn voor alle leeftijden. Sportwedstrijden, inclusief het betaald voetbal, kunnen dan (zonder publiek) ook weer plaatsvinden.

Voor vragen of meer informatie over het bovenstaande kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


18/05/2020

Update 18 - Ondernemingsrecht
UPDATE: SPOEDWETGEVING RECHTSPERSONEN IN WERKING GETREDEN

Zoals eerder aangekondigd heeft de minsterraad ingestemd met een noodwet die het mogelijk zal maken voor alle rechtspersonen om flexibel om te gaan met bepaalde wettelijke voorschriften. Deze noodwet is op 22 april 2020 in werking getreden en heeft terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020. De noodwet zal vervallen op 1 september 2020 maar een verlenging van telkens 2 maanden is mogelijk. In dit artikel richten wij ons op een aantal belangrijke gevolgen voor de besloten vennootschap.

Algemene Vergaderingen van besloten vennootschappen
De noodwet bepaalt onder andere dat het bestuur van een besloten vennootschap kan bepalen dat de algemene vergadering die wordt gehouden uitsluitend toegankelijk is langs elektronische weg hetgeen dient te worden vermeld in de oproeping. Indien dit niet in de oproeping is vermeld, kan het bestuur dit tot 48 uur voor de vergadering nog wijzigen en mededelen aan de aandeelhouders.

Voorwaarde voor het vergaderen langs de elektronische weg is dat de aandeelhouders tot 72 uur voorafgaande aan de vergadering in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk of elektronisch vragen te stellen over de onderwerpen die in de oproeping zijn vermeld. Indien dat gebeurd is, kunnen er rechtsgeldige besluiten worden genomen.
In beginsel dient interactie tijdens de vergadering ook mogelijk te zijn. Is dit niet het geval, dan tast dit de geldigheid van de besluitvorming echter niet aan.

Bestuursvergaderingen en RvC vergaderingen
Op grond van de Noodwet zijn statutaire bepalingen die specifiek van toepassing zijn op fysieke vergaderingen van het bestuur en de raad van commissarissen niet van toepassing.

Opmaken en openbaarmaking jaarrekening van besloten vennootschappen
Jaarlijks dient het bestuur van de besloten vennootschap binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar van de besloten vennootschap de jaarrekening op te maken. Deze termijn kan met 5 maanden worden verlengd door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden. In de noodwet wordt de mogelijkheid gegeven voor het bestuur om in plaats van de algemene vergadering deze termijn met 5 maanden te verlengen.

Daarnaast is in de noodwet vastgelegd dat het te laat openbaar maken van de jaarrekening die betrekking heeft op het meest recente afgesloten boekjaar in het geval van een faillissement van de besloten vennootschap niet wordt gezien als onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders en het wettelijk vermoeden dat het te laat openbaar maken een belangrijke oorzaak is van het faillissement is niet van toepassing indien dit verzuim te wijten is aan de uitbraak van Covid-19.

Voor vragen of meer informatie over het bovenstaande kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


13/05/2020

Update 17 - Arbeidsrecht
VAKANTIEPERIKELEN TIJDENS DE CORONA CRISIS

De impact van het coronavirus houdt langer aan dan gedacht. Hoewel bioscopen, restaurants, cafés en musea vanaf 1 juni 2020 weer (voorzichtig) open gaan, zal het nog enige tijd duren voor ons dagelijkse leven weer als vanouds is. Ook is het nog niet duidelijk of een vakantie naar het buitenland er deze zomer in zit. Dat alles heeft als gevolg dat werknemers massaal verzoeken om de reeds vastgestelde vakantiedagen in te trekken en hun vakantiedagen opsparen voor een later moment. De werkgever die een rustige periode doormaakt heeft er echter baat bij dat werknemers juist nu vakantiedagen opnemen. Bovendien voorziet de werkgever problemen met het vakantierooster zodra de beperkingen worden opgeheven. De werknemers zullen hun vakantieaanspraken namelijk veelal op hetzelfde moment willen inzetten. Dat roept allereerst de vraag op of werknemers kunnen worden vastgehouden aan een reeds vastgestelde vakantie. Bovendien is het relevant te beoordelen in hoeverre werkgevers vakantieverzoeken na afloop van de beperkingen kunnen weigeren.

Gebonden zijn aan een reeds vastgestelde vakantie
De werkgever kan de werknemer in beginsel niet houden aan een reeds vastgestelde vakantie. Dit ligt allereerst besloten in het feit dat de werkgever de vakantie volgens de wensen van de werknemer dient vast te stellen. Het gegeven dat de vakantie in eerste instantie gedurende een andere periode was vastgesteld, doet daaraan niet af. Daarnaast kan de werkgever volgens het leerstuk van goed werkgeverschap uitsluitend aan een reeds vastgestelde vakantie vasthouden indien hij daarbij een redelijk belang heeft. Een voorbeeld van een dergelijk redelijk belang is bijvoorbeeld de omstandigheid dat de werkgever reeds vervanging voor de werknemer heeft geregeld. Uitsluitend financiële overwegingen, zoals het feit dat de arbeidsproductiviteit op dit moment lager is dan anders, zijn echter niet voldoende. Hetzelfde geldt voor het argument dat werknemers de vakantiedagen anders opsparen en deze later dit jaar voor eenzelfde periode willen opnemen. Voor een dergelijk probleem heeft de wetgever de werkgever immers de mogelijkheid geboden om een vakantieverzoek te weigeren.

Ondanks dat dit zonder redelijk belang - zoals gezegd - niet goed mogelijk is, kan de werkgever desalniettemin het standpunt innemen dat de eenmaal vastgestelde vakantie niet kan worden ingetrokken. Het is dan aan de werknemer om de werkgever (of de rechter) ervan te overtuigen dat dit in strijd is met de vakantiewetgeving en/of de eisen van goed werkgeverschap.

Weigeren van het verzoek van de werknemer om vakantie op te nemen
De werknemer heeft recht om ieder jaar tenminste het wettelijk minimum aantal vakantiedagen (20 dagen bij een fulltime dienstverband) op te nemen. De werkgever stelt de vakantie vast conform de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, of schriftelijk of bij CAO anders is overeengekomen. De werkgever kan een vakantieverzoek dus weigeren omwille van gewichtige redenen. De werkgever dient daarvoor echter wel altijd een belangenafweging te maken tussen de gevolgen van de afwezigheid voor de werkgever en de gevolgen van het niet inwilligen van het vakantieverzoek voor de werknemer. Daarbij zal het belang van de werkgever om het verzoek af te wijzen zo zwaar moeten zijn dat het belang van de werknemer daar redelijkerwijs voor moet wijken. Dit wordt niet snel aangenomen. Drukte op de werkvloer, zoals bijvoorbeeld zal optreden in de horeca na afloop van de beperkingen, kwalificeert in beginsel als een dergelijke gewichtige reden. Hetzelfde geldt voor rooster-technische problemen vanwege het feit dat een aantal andere werknemers hun vakantie al in de betreffende periode hebben vastgesteld.

Tot besluit
Met een vooruitziende blik op moeilijkheden met betrekking tot de vakantieplanning na opheffing van de beperkingen, doen werkgevers er verstandig aan het (initiële) standpunt in te nemen dat reeds vastgestelde vakantiedagen niet kunnen worden ingetrokken. Bovendien kan de werkgever werknemers erop wijzen dat het wellicht niet mogelijk zal zijn (en hij in beginsel ook niet gehouden is) om alle vakantieverzoeken na afloop van de beperkingen te honoreren. Aldus zou de werknemer in een later door hem/haar gewenst tijdstip toch niet vakantiedagen kunnen opnemen. Tot slot kan hij er op wijzen dat door het intrekken van de aanvankelijk vastgestelde vakantie er mogelijk vakantiedagen vervallen. Hoewel werknemers in beginsel niet verplicht zijn om vakantiedagen op te nemen en zij wellicht kunnen afdwingen dat de reeds vastgestelde vakantie dient te worden ingetrokken, kan dit ertoe leiden dat zij toch overwegen om vakantiedagen op te nemen tijdens de duur van de beperkingen. Het lijkt er op dat een ieder daarbij gebaat is.

Wilt u meer informatie of komt u er niet uit met uw werknemer, neemt u dan contact op met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 


13/05/2020

Update 16 - Procespraktijk
UITSPRAAK VAN DE NETHERLANDS COMMERCIAL COURT

Inleiding

Op 29 april jl. heeft de voorzieningenrechter van de Netherlands Commercial Court (“NCC” ) in Amsterdam uitspraak gedaan in een procedure aanhangig tussen een Amerikaanse en een Nederlandse partij. Primair staat de vraag centraal of een Transaction Agreement (“TA”) is overeengekomen en subsidiair, indien wordt geoordeeld dat dit niet het geval is, of de overeengekomen break-up fee opeisbaar is dan wel gereduceerd of gewijzigd zou moeten worden in het licht van COVID-19. Op deze vragen is Nederlands recht van toepassing.

De feiten
Eiser (een in New York gevestigde vennootschap) en Tennor (gedaagde) waren maandenlang in gesprek over een voorgenomen transactie waarbij Tennor het 50%-belang van eiser in een paarden(spring)sport onderneming (de ”Doelvennootschap”) zou verwerven. Eind december 2019 ondertekenden zij een Letter of Intent (“LOI”). De LOI bepaalde dat elke partij op elk moment voor de deadline kan kiezen om zich terug te trekken uit de deal, maar de terugtrekkende partij moet de andere partij dan wel een zogenaamde “break-up fee” van 30 miljoen euro betalen. De deadline was 2 maart 2020. Eiser had alle transactiedocumentatie al ondertekend. De advocaten en andere adviseurs van Tennor hebben verschillende verklaringen afgelegd over de deal die de indruk konden wekken dat overeenstemming was bereikt tussen partijen (zoals: "de concepten zijn definitief" en "[…] zal terugkomen met de handtekeningpagina's over een paar minuten"). Tennor heeft de transactiedocumentatie echter niet ondertekend.

Eiser verzoekt de voorzieningenrechter Tennor te veroordelen de prijs (EUR 169 miljoen) te betalen of, subsidiair, Tennor te veroordelen tot betaling van de break-up fee van EUR 30 miljoen, een kleine 20% van de koopprijs.

Het verweer van Tennor bestaat uit drie onderdelen:

  1. Ten eerste stelt Tennor dat geen overeenkomst tot stand is gekomen;
  2. Ten tweede stelt Tennor met een beroep op de artikelen 6:248, 6:258 en 6:260 BW dat iedere transactie moet worden ontbonden of dat de gevolgen daarvan moeten worden aangepast in het licht van de volstrekt onvoorziene COVID-19 crisis en de gevolgen daarvan voor de Doelvennootschap en dus voor de koper.
  3. Tot slot stelt Tennor, op vergelijkbare gronden en artikel 6:94 BW (matiging van een boete), dat de break-up fee moet worden aangepast dan wel gereduceerd tot nul.

In reactie daarop stelt eiser, naast het argument dat de deal is gesloten, dat het bedrijf zijn waarde op de lange termijn heeft behouden en dat de argumenten van Tennor met betrekking tot de gewijzigde omstandigheden op basis van COVID-19 de last volledig op de schouders van eiser zouden afwentelen. Eiser stelt daarmee dat er geen redenen zijn om de transactie of de vergoeding te ontbinden of aan te passen in het licht van de COVID-19 omstandigheden.

De uitspraak
Vaststaat dat Tennor de TA niet heeft ondertekend. Het vereiste van “execute and deliver” zoals opgenomen in de LOI is onder Nederlands recht weliswaar geen vormvereiste, maar het is wel belangrijk als bewijsmiddel van het bestaan van een overeenkomst. In de M&A praktijk, waarin beide partijen in werkzaam zijn, betekent dit dat er een hoge drempel van toepassing is voor het alsnog aannemen van een overeenkomst op basis van gedrag of uitlatingen van adviseurs van Tennor. De NCC verwoordt dit als volgt: "Accordingly, there is no sufficiently clear and reliable communication in the record that a reasonable person in the same circumstances as plaintiff would have understood to mean that Tennor wished to enter into the agreement (offer and acceptance). That means there was no deal."

Hetgeen eiser aandraagt, is onvoldoende om aan te nemen dat een TA tot stand is gekomen. De NCC acht het onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat Tennor haar verplichtingen uit de TA zou moeten nakomen, zodat de NCC in voorlopige voorziening geen dwanglevering toewijst. Voor wat betreft de subsidiaire claim stelt de NCC vast dat niet in geschil is dat bij het niet tekenen van de TA op uiterlijk 2 maart 2020 een break-up fee moet worden betaald. De vraag rijst vervolgens of de volle break-up fee van EUR 30 miljoen moet worden betaald of dat het bedrag gereduceerd, dan wel op aangepast (bijv. door te bepalen dat deze later kan worden betaald) dient te worden in verband met de COVID-19 crisis. De artikelen 6:248 lid 2, 6:258 en 6:94 vormen het kader voor de NCC:

  • Artikel 6:248 lid 2 BW bepaalt dat een contractuele bepaling in bepaalde omstandigheden niet afdwingbaar is (de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid);
  • Artikel 6:258 BW geeft de rechter de bevoegdheid op verlangen van één der partijen de gevolgen van een contract te wijzigen of te ontbinden op basis van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van die overeenkomst niet kan worden gevergd;
  • Artikel 6:94 BW geeft de rechter de bevoegdheid een bedongen boete te matigen op grond van billijkheid.

De voorzieningenrechter stelt dat weliswaar de COVID-19 crisis mogelijk een onvoorziene omstandigheid is, maar dat dit er niet in resulteert dat eiser naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de break-up fee-verplichting mag verwachten. Daarbij kijkt de rechter juist naar de achterliggende bedoeling. De break-up fee is immers overeengekomen om partijen aan te sporen tot het aangaan van een transactie en om risico’s te verdelen. Dat Tennor nu aanvoert dat als gevolg van de COVID-19 crisis de situatie van de Doelvennootschap slecht is, is juist waar de betaling van de break-up fee van EUR 30 miljoen in die zin voor bedoeld was: een snelle uitweg in geval van het niet-voldoen van de koopprijs van EUR 169 miljoen voor de Doelvennootschap en de daarmee verbonden risico’s van het draaiend houden daarvan.

De NCC verwijst verder naar de share the pain filosofie van prof. mr. R.P.J.L. Tjittes inhoudende dat in geval van onvoorziene omstandigheden zoals de COVID-19 crisis partijen op grond van de redelijkheid een heronderhandelingsplicht kunnen hebben om tot een verdeling van de pijn te komen. Bij gebreke van overeenstemming kan de rechter zich hierover uitspreken waarbij een eventuele tussen partijen overeengekomen risicoverdeling moet worden gerespecteerd.. In het licht van de COVID-19 crisis, waar menig (rechts)persoon hard door wordt getroffen, is het betalen van de break-up fee van EUR 30 miljoen volgens de rechter de beste manier om de risico’s tussen koper en verkoper te verdelen. EUR 30 miljoen lijkt een fors bedrag, maar dat is wel een bedrag dat partijen vóór de crisis redelijk vonden toen zij deze break-up fee afspraken. Daarom wijst de voorzieningenrechter de secundaire vordering tot betaling van EUR 30 miljoen toe.

Conclusie
Het is aannemelijk dat partijen bij het aangaan van een overeenkomst geen rekening hebben gehouden met de gevolgen van een pandemie als COVID-19. Een beroep op onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW) in het licht van grote financiële problemen zou een rechter ertoe kunnen bewegen om de overeenkomst aan te passen. In deze uitspraak en in dit specifieke geval laat de rechter echter de overeenkomst ongewijzigd in stand en wijst de break-up fee van EUR 30 miljoen geheel toe aan eiser. Het doel van de – op verzoek van gedaagde Tennor – te wijzigen break-up fee clausule, hield immers al een risicoverdeling in. De uitspraak van de NCC hoeft echter geenszins te betekenen dat ieder rechter op gelijke wijze zal oordelen, niet alleen omdat het hier een uitspraak van de voorzieningenrechter betreft maar ook omdat een rechter altijd zal oordelen in het licht van alle specifieke omstandigheden van het geval.

U kunt de zaak nalezen op de site van de Rechtspraak (in het Engels).

Voor vragen of meer informatie omtrent conflicten in relatie tot de Corona-crisis kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


 07/05/2020

Update 15 - Ondernemingsrecht
NEVER WASTE A GOOD CRISIS. OOK DE CORONA-DIP BIEDT KANSEN – M&A MAGAZINE #1 2020

Suzanne Beijersbergen werd voor het zojuist gepubliceerde M&A Magazine geïnterviewd over de kansen na de corona crisis. Voor welk soort partijen biedt deze situatie juist kansen? Welke sectoren zullen er profiteren en welke innovaties komen juist in een stroomversnelling door de huidige situatie? Klik hier om de online versie van het artikel te lezen.

Neem contact op
Wil jij gebruik maken van Suzanne’s ervaring of wil je overleggen over de huidige situatie en een voorgenomen M&A transactie, neem dan contact op met Suzanne S. Beijersbergen of ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).

Corona dip pic


04/05/05/2020

Update 14 - Procespraktijk 
ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE MAATREGELEN VAN DE RECHTSPRAAK

De werkwijze van de Rechtspraak is inmiddels sterk aangepast. De maatregelen die de Rechtspraak heeft genomen als gevolg van de uitbraak van Covid-19 zijn in het kort als volgt.

Algemene regeling zaaksbehandeling en tijdelijke regelingen

Het is inmiddels 6 weken geleden dat de Rechtspraak besloot om de deuren van de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Zaken worden nog wel behandeld, maar op een afwijkende manier.

Algemene afwijkende regeling
De algemene regeling bevat algemene regels omtrent de aanwezigheid in de rechtszaal, mondelinge behandelingen van zaken, veilig mailen en overige zaken.

Uitgangspunt blijft dat er in principe geen zittingen plaatsvinden en er geen fysiek contact is met partijen. Er zal in beginsel telefonisch gehoord worden of van andere mogelijkheden, zoals Skype for Business, gebruik worden gemaakt. Schriftelijke procedures blijven, net als voorheen, zoveel mogelijk doorgang vinden.

Tijdelijk afwijkende regelingen
Elke sector/rechtsgebied heeft ook eigen tijdelijke afwijkende regelingen opgesteld en in werking gesteld. Voor civiele dagvaardingszaken geldt dat rechtbanken dus ook afwijken van de normale regels. De Rechtspraak heeft dan ook een "Tijdelijke afwijkende regeling voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken vanwege bijzondere omstandigheden door Corona-crisis" gepubliceerd. Dit document beschrijft onder meer hoe nieuwe zaken kunnen worden aangebracht en bepaalt dat alle rolzittingen in principe schriftelijk doorgang vinden. Alle schriftelijke handelingen, zoals het nemen van een conclusie van antwoord of akte, worden op de gebruikelijke manier ingediend.

Tot nader order zullen er geen mondelinge behandelingen in aanwezigheid van partijen plaatsvinden. Reeds geplande mondelinge behandelingen worden voorlopig aangehouden. De rechtbank zal partijen ook vragen of zij instemmen met een schriftelijke procedure in plaats van een mondelinge behandeling.

Vonnissen worden in beginsel wel uitgesproken en verzonden.

Urgente zaken
In afwijking van de tijdelijke regeling, zal de behandeling van zeer urgente zaken en overige urgente zaken zo veel als mogelijk doorgaan, schriftelijk of via een telefonische (beeld)verbinding. Zeer urgente zaken zijn zaken waar een spoedige rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven. Onder zeer urgente zaken vallen onder andere spoed kort gedingen, deelgeschillen, voorlopige voorzieningen en spoed beslagrekesten en verzoeken tot verlenging van huurovereenkomsten. De rechter bepaalt of een zaak als zeer urgent aangemerkt kan worden en of de zitting moet doorgaan en – zo ja – op welke wijze. Onder overige urgente zaken vallen onder meer kort gedingen, rekesten ontslag statutair bestuurder, bezwaar- en beroepschriften in het kader van faillissementsbeslissingen en voorlopige voorzieningen binnen het kader van de bodemprocedure in hoger beroep. Op de site van de Rechtspraak zijn lijsten opgenomen van zaken die in de categorieën urgent of zeer urgent vallen.

Reguliere (nieuwe) zaken
Nieuwe, reguliere civiele zaken kunnen op de gebruikelijke wijze worden aangebracht en ingeschreven. In die zaken zal, eveneens voor zover de beschikbare capaciteit dat toelaat, zoveel mogelijk schriftelijk, met in achtneming van alle (tijdelijke) regelingen, worden geprocedeerd.

Online zittingen en veilig mailen
De Rechtspraak wil de dagelijkse praktijk zoveel mogelijk door laten lopen, al dan niet via (digitale) hulpmiddelen. Daarom heeft de Rechtspraak als alternatief voor een fysieke behandeling gekozen voor online zittingen. Daarnaast heeft de Rechtspraak een beveiligd platform gelanceerd als alternatief voor het opsturen en indienen van (proces)stukken.

Online zittingen
Het doel van de Rechtspraak is om zo veel mogelijk zaken te laten doorgaan. De Raad voor de rechtspraak heeft daarvoor speciaal regelingen opgesteld om zulke zittingen online te houden via de Skype Web App.

Veilig mailen
Processtukken en berichten die normaal per post of per fax worden verstuurd, kunnen tijdelijk via het Veilig Mailen-systeem van de Rechtspraak verstuurd worden. Daarvoor heeft de Rechtspraak een beveiligd platform gelanceerd (ZIVVER). Via dit platform kunnen, naast de rechtbanken, advocaten, overige professionals, organisaties en burgers snel en eenvoudig documenten en berichten uitwisselen. Stukken die van een handtekening moeten zijn voorzien, moeten per post binnen 14 dagen nagestuurd worden.

Versoepeling van de maatregelen met ingang van 11 mei 2020
Vanaf 11 mei 2020 wordt het mogelijk om, daar waar dat noodzakelijk is, ook weer zittingen te houden met fysieke aanwezigheid van de betrokken partijen. Het zal echter gaan om een beperkt aantal zittingen waarbij de prioriteit zal liggen bij strafzaken, jeugd(straf)zaken en familiezaken en niet bij civiele zaken. Om fysieke aanwezigheid van de betrokken partijen mogelijk te maken, worden in alle gerechtsgebouwen zittingszalen zodanig ingericht dat op een verantwoorde manier zitting kan worden gehouden. Daarbij wordt rekening gehouden met de “anderhalve meter afstand norm” en andere beperkende maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid. Aangezien de voorzieningen in dit kader per gerecht kunnen verschillen is het raadzaam om telkens de website van het betreffende gerecht te raadplegen voor de actuele informatie.

HEUSSEN kan u assisteren bij het op alternatieve wijze procederen. Voor vragen of meer informatie omtrent de (tijdelijke) maatregelen van de Rechtspraak kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


28/04/2020

Update 13 – Arbeidsrecht
VERRUIMING VAN HET CONCERNBEGRIP IN DE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING WERKGELEGENHEID (NOW)

De NOW heeft als doel om werkgevers via een subsidie te ondersteunen bij het zoveel mogelijk in dienst houden van hun werknemers. Bij een omzetdaling van ten minste 20% ontvangt de werkgever gedurende drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten naar rato van de omzetdaling.

Aanvankelijk bepaalde de NOW dat gekeken moest worden naar de omzetdaling op concernniveau als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit begrip nu verruimd. Dat betekent dat werkmaatschappijen die door de coronacrisis meer dan 20% procent omzetverlies hebben maar behoren tot een concern dat niet aan die voorwaarde voldoet, toch aanspraak maakt op de NOW subsidie. Voor deze werkmaatschappijen gelden wel extra voorwaarden:

  1. Werkmaatschappijen dienen te verklaren dat over 2020 geen dividend of bonussen uitgekeerd worden of eigen aandelen terug gekocht worden tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  2. Werkmaatschappijen met 20 of meer werknemers in dienst dienen een akkoord te hebben over werkbehoud met een vertegenwoordiging van werknemers.
  3. Er mag geen sprake zijn van een personeels-bv binnen het concern. Concerns met een personeel-bv dienen altijd uit te gaan van de omzetdaling op concernniveau, omdat de omzet en de inzet van het personeel samenkomen op dat niveau.
  4. De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren normaal gesproken zouden worden uitgevoerd door de entiteit die de subsidie aanvraagt.
  5. Als werknemers van de werkmaatschappij gedurende de subsidie activiteiten ondernemen bij een ander entiteit, dan dient bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende omzet.
  6. Het transferpricing systeem zoals gehanteerd in de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020.
  7. Mutaties van voorraden worden aan de omzet toegerekend.

HEUSSEN kan u assisteren bij het aanvragen van een tegemoetkoming in de loonkosten op basis van de NOW. Voor vragen of meer informatie over het bovenstaande kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


24/04/2020

Update 12 – Algemeen
COVID-19 MAATREGELEN VERLENGD

COVID-19 (het coronavirus) is nog steeds het onderwerp van de dag in Nederland. De extreme gevolgen zijn inmiddels duidelijk en de door het RIVM bekendgemaakte cijfers d.d. 21 april jl. wijzen dan ook uit dat COVID-19 zorgt voor inmiddels meer dan 34.000 besmettingen, bijna 10.000 ziekenhuisopnamen en bijna 4.000 overledenen. De dagelijkse strijd tegen het virus gaat door. Op 21 april jl. heeft het kabinet de bestaande maatregelen verlengd tot en met 19 mei 2020.

De voorzichtige conclusie is dat de Nederlandse Corona-aanpak Nederland de goede kant op lijkt de duwen. Medewerkers in allerlei sectoren doen hun uiterste best om zo goed mogelijk met het virus om te gaan. De aantallen mensen die in het ziekenhuis worden opgenomen, gaan gestaag omlaag. Hoewel de situatie nog instabiel is, komt er voorzichtig ruimte. Deze ruimte wordt voornamelijk gecreëerd voor ouders die hun werk moeten combineren met schoolbegeleiding van hun kinderen nu de scholen al enige tijd gesloten zijn. Ook kunnen kinderen en jongeren weer in kleine stappen naar school of naar sport. Hieronder volgt een overzicht van de door het kabinet gepresenteerde wijzigingen en de praktische invulling daarvan.

Onderwijs en kinderopvang
Scholen in het basisonderwijs, inclusief het speciaal (basis)onderwijs, de dag- en gastouderopvang gaan op 11 mei weer open. Kinderen kunnen naar de buitenschoolse opvang (BSO) op de dagen dat zij naar school gaan. De basisscholen halveren de groepsgrootte van de klas, waarbij kinderen ongeveer de helft van de tijd naar school kunnen. Op welke manier de 50% op school en 50% niet op school daadwerkelijk praktisch wordt ingevuld, moet door de scholen worden ingevuld.

In afwijking van voorgaande, gaat het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd wel voor 100% open en kunnen de scholen in het voortgezet onderwijs voorbereidingen treffen zodat die leerlingen vanaf dinsdag 2 juni (in ieder geval deels) weer naar school kunnen. Op welke manier de schooldagen in het voortgezet onderwijs praktisch zullen worden ingevuld, zal later bekend worden gemaakt.

Sport
Kinderen met de basisschoolleeftijd tot en met 12 jaar krijgen de ruimte om – onder begeleiding – weer in teamverband buiten te sporten. Jongeren tussen de 13 en 18 jaar krijgen die mogelijkheid ook, maar dienen daarbij de 1,5-meter regel in acht te houden. Officiële wedstrijden blijven echter verboden.

Voor overige leeftijden geldt dat sporten in teamverband nog niet is toegestaan, maar dat individueel sporten mag, zolang men zich houdt aan een afstand van 1,5-meter.

Zelfstandig wonende ouderen
Het advies om niet op bezoek te gaan bij 70-plussers wordt aangepast. Vanaf 29 april geldt dat zelfstandig wonende ouderen van 70 jaar en ouder door één of twee vaste personen met enige regelmaat kunnen worden bezocht.

Evenementen
Alle evenementen vormen volgens het kabinet het risico dat een te brede en te snelle verspreiding van het virus met zich mee kan brengen. Het huidige verbod op het organiseren en bijwonen van evenementen waarvoor een vergunningsplicht geldt, zal worden verlengd tot (tenminste) 1 september 2020.

De gevolgen voor de samenleving en sociaaleconomische gevolgen
De impact van de Corona-crisis op de samenleving en de sociaaleconomische gevolgen zijn immens. Omdat Nederland er financieel goed voorstaat, kan de overheid hulp blijven bieden aan ondernemingen, zelfstandigen en getroffen sectoren.

Echter tot en met (tenminste) 19 mei 2020 blijft onveranderd dat samenkomsten verboden zijn en dat veel ondernemingen in een breed aantal sectoren nog niet open kunnen. De beperkingen blijven nog gelden voor alle eet- en drinkgelegenheden, sportverenigingen, fitness, sauna’s, casino’s, speelhallen, musea, concertzalen en theaters. Ook de “contactondernemingen”, zoals een kapsalon, nagelsalon of massagesalon, dienen gesloten te blijven.

Indien u vragen heeft over de door het kabinet geïntroduceerde maatregelen, neem dan contact op met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800). 


07/04/2020

Update 11 – Ondernemingsrecht
SPOEDWETGEVING VOOR HET HOUDEN VAN VIRTUELE ALGEMENE VERGADERINGEN OP KOMST

Op 3 april jl. heeft de ministerraad ingestemd met een noodwet, die het mogelijk zal maken voor alle rechtspersonen om een virtuele algemene vergadering te houden. Onder huidig Nederlands recht is een dergelijke virtuele vergadering niet toegestaan. Doordat het houden van een fysieke vergadering echter lastig is gezien de maatregelen die zijn genomen in verband met COVID-19, zal het tijdelijk ook mogelijk worden om virtuele vergaderingen te houden.

Het persbericht waarin de noodwet is aangekondigd vermeldt de volgende kernpunten van de noodwet:

  • Het bestuur kan bepalen om een algemene vergadering te houden die uitsluitend via een live-stream (audio of video) te volgen is. Voorwaarde is wel dat de leden of aandeelhouders tijdens die vergadering of van tevoren vragen kunnen indienen, die uiterlijk op de vergadering zelf worden beantwoord.
  • Mocht een lid of een aandeelhouder niet optimaal hebben kunnen deelnemen aan een dergelijke vergadering dan zijn de genomen besluiten toch rechtsgeldig.
  • Het bestuur kan de termijn voor het houden van de algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uitstellen.

De ministerraad heeft de noodwet voor advies naar de Raad van State gestuurd. Wanneer de noodwet bij de Tweede Kamer wordt ingediend, zal ook de tekst van de noodwet openbaar worden. Het persbericht vermeldt geen tijdspad in dit verband. Wij zullen regelmatig updates circuleren ten aanzien van de voortgang met betrekking tot de noodwet.

Voor vragen of meer informatie over het bovenstaande kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


06/04/2020

Update 10 - Arbeidsrecht

Stappenplan NOW 09042020 3

 


06/04/2020

Update 9 – Ondernemingsrecht
M&A en COVID-19: DUE DILIGENCE ONDERZOEK IN TIJDEN VAN EN NA HET CORONAVIRUS

De coronacrisis heeft een grote impact op de fusies en overnames markt. Ondanks alle onzekerheden en moeilijkheden die deze tijd met zich brengt zijn er nog steeds partijen die overwegen om een onderneming te kopen of te verkopen. Private equity partijen met een goede cash positie zijn op zoek naar mogelijkheden terwijl een verkoper wellicht aan het overwegen is om (een deel van) de onderneming te verkopen om de opbrengsten van deze transactie aan te wenden voor het voortbestaan van de belangrijkste activiteiten.

Het uitvoeren van een gedegen due diligence onderzoek is één van de belangrijkste stappen in het transactieproces. Welke overwegingen zijn van belang bij het uitvoeren van een due diligence onderzoek in tijden van en na de coronacrisis?

Gezien de mogelijke grote gevolgen van de coronacrisis op een onderneming doet een koper er goed aan om uitgebreid onderzoek te doen naar deze gevolgen op de onderneming. Onder Nederlands recht heeft een verkoper een mededelingsplicht, als gevolg daarvan dient de verkoper ervoor te zorgen dat de data room informatie bevat met betrekking tot de gevolgen van de coronacrisis op de onderneming.

Gedurende deze periode en nadien dienen partijen extra aandacht te besteden aan de volgende items:

  • Heeft het bestuur van de onderneming voldaan aan haar statutair en fiduciaire verplichtingen gedurende de coronacrisis en heeft het bestuur er alles aan gedaan om de belangen van de onderneming en haar stakeholders te dienen? Het is lastig om dit feitelijk te bepalen maar gedurende het due diligence onderzoek kan wel worden nagegaan of het bestuur voldoende maatregelen heeft genomen om te voldoen aan haar verplichtingen zoals het implementeren en onderhouden van een risicobeheersing- en controle systeem.
  • Heeft de vennootschap een risico-inventarisatie uitgevoerd waarbij de gevolgen van de coronacrisis op de (i) resultaten en liquiditeit van de onderneming, (ii) de logistieke keten van de onderneming, (iii) de resultaten van de vennootschap, en (iv) materiële transacties van de vennootschap in kaart zijn gebracht?
  • Zijn alle besluiten van de organen van de onderneming genomen tijdens de coronacrisis in overeenstemming met de wettelijke en statutaire bepalingen genomen? Er dient te worden onderzocht of de statuten het toelaten om besluiten buiten vergadering te nemen en of aan alle formele vereisten zijn voldaan met betrekking tot de besluitvorming gedurende de coronacrisis.
  • Kan de onderneming (nog steeds) voldoen aan haar contractuele verplichtingen uit de materiële overeenkomsten? Kunnen de wederpartijen bij de materiële contracten voldoen aan hun contractuele verplichtingen?
  • Bevatten de materiële overeenkomsten clausules die partijen het recht geven om het contract te ontbinden of op te zeggen als gevolg van een tekortkoming of een force majeure?
  • Dekken de verzekeringen van de onderneming de schade als gevolg van de coronacrisis of wordt dit juist uitgesloten in de polissen?
  • Heeft de onderneming adequate procedures met betrekking tot gezondheid en veiligheid van haar personeel geïmplementeerd?
  • Is er nagedacht over de gevolgen van het thuiswerken van de werknemers op de licenties en de gegevensbescherming en heeft de onderneming maatregelen genomen om ervoor zorg te dragen dat er wordt voldaan aan alle contractuele en wettelijke eisen?

Wil je meer weten over het due diligence onderzoek in tijden van en na de coronacrisis of ben je voornemens een due diligence onderzoek te starten en heb je ondersteuning nodig, neem dan contact op met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800). 


03/04/2020 

Update 8 – Ondernemingsrecht
COMMERCIËLE CONTRACTEN EN DE COVID-19 UITBRAAK: WANNEER SLAAGT EEN BEROEP OP OVERMACHT?

Wereldwijd nemen overheden maatregelen vanwege de uitbraak van COVID-19 (het coronavirus). Deze maatregelen hebben vergaande gevolgen, ook voor ondernemingen. Indien ondernemingen contracten hebben gesloten, dan is het uitgangspunt dat zij de verplichtingen die uit deze contracten voortvloeien, moeten nakomen. Wat nu als u als gevolg van de coronacrisis niet kan voldoen aan uw contractuele verplichtingen, zoals het leveren van goederen aan uw klanten? Kunnen uw klanten op grond daarvan schadevergoeding van u vorderen, of kunt u een succesvol beroep doen op overmacht? En wat zijn de gevolgen indien een dergelijk beroep slaagt?

Overmacht
Het uitgangspunt onder Nederlands recht is: een contractspartij is aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit een tekortkoming in de nakoming, tenzij de tekortkoming niet aan hem toerekenbaar is. Een tekortkoming is niet toerekenbaar als zij niet te wijten is aan de schuld van de contractspartij en ook niet volgens de wet, een rechtshandeling (bijvoorbeeld een afspraak hierover in een overeenkomst) of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Indien de tekortkoming niet toerekenbaar is, dan is sprake van overmacht. Overmacht van de contractspartij staat in de weg aan nakoming. De contractspartij is dan niet gehouden schadevergoeding aan de wederpartij te betalen aangezien de tekortkoming in de nakoming door de schuldenaar niet toerekenbaar is. Overigens heeft de wederpartij in beginsel wel de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

Indien een contractspartij tekortkomt in de nakoming van zijn verplichtingen vanwege de uitbraak van het COVID-19 virus en de plotselinge en onvoorzienbare maatregelen als gevolg daarvan, kwalificeert dit dan als overmacht? Voor de beantwoording van deze vraag is allereerst van belang of partijen een overmachtsclausule in de overeenkomst (of algemene voorwaarden) hebben opgenomen.

Indien partijen een overmachtsclausule in de overeenkomst hebben opgenomen, dan zal de rechter aan de hand van de Haviltex-maatstaf (bij de uitleg van een overeenkomst moet niet enkel worden gekeken naar de letterlijke bewoordingen van het contract maar vooral naar wat partijen hebben bedoeld en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten) moeten beoordelen of de COVID-19 uitbraak als overmacht kwalificeert. Bij de interpretatie van de overmachtsclausule zijn daarmee de bedoeling van partijen en de gerechtvaardigde verwachtingen over en weer bepalend.

Indien partijen géén overmachtsclausule in de overeenkomst hebben opgenomen, dan zal de rechter op grond van de wet en algemeen aanvaarde beginselen moeten bepalen of sprake is van overmacht. Hierbij is van belang wat de directe oorzaak is van de niet-nakoming. Bijvoorbeeld, indien sprake is van een export en/of importverbod dat de levering van goederen onmogelijk maakt, is het verdedigbaar te concluderen dat de tekortkoming niet aan de partij waarop de verplichting tot levering rust kan worden toegerekend, omdat hij geen schuld heeft en de tekortkoming ook niet voor zijn rekening behoort te komen. De tekortkoming wordt immers veroorzaakt door de noodmaatregelen van de overheid.

Ook in de situatie dat een overmachtsclausule ontbreekt zal per geval moeten worden beoordeeld of de tekortkoming van een contractspartij aan hem toerekenbaar is. Hierbij zijn onder andere de onderstaande aanknopingspunten van belang:

  • de vraag of de contractspartij op alternatieve wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen (bijvoorbeeld het importeren uit een land waar geen importverbod voor geldt; levering per schip in plaats van per vliegtuig);
  • de vraag of de Nederlandse overheid of een buitenlandse overheid de COVID-19 uitbraak als overmachtssituatie heeft aangemerkt; en
  • aansluiting bij vergelijkbare gevallen in de jurisprudentie, zoals uitspraken in verband met de vogelgriep (zie bijvoorbeeld deze uitspraak).

Tot slot
Er is ons op dit moment geen rechterlijke uitspraak bekend waarin de rechter heeft geoordeeld of een beroep op overmacht in verband met niet-nakoming van verplichtingen uit een overeenkomst als gevolg van de uitbraak van de COVID-19 epidemie al dan niet slaagt. Wanneer de rechter wordt gevraagd om een oordeel te geven over de vraag om sprake is van overmacht, dan zal op basis van de uitleg van de in de overeenkomst of algemene voorwaarden opgenomen overmachtsclausule (indien die er is) en alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld of een beroep op overmacht slaagt.


02/04/2020

Update 7 - Arbeidsrecht
DETAILS TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR BEHOUD VAN WERKGELEGENHEID (“NOW”) BEKEND

Het kabinet heeft de details van de NOW gepubliceerd. De NOW heeft als doel om werkgevers via een subsidie te ondersteunen bij het zoveel mogelijk in dienst houden van hun werknemers. Bij een omzetdaling van ten minste 20% ontvangt de werkgever gedurende drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten naar rato van de omzetdaling. Naar verwachting kan de subsidie vanaf 6 april 2020 worden aangevraagd. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020.

Het ‘loonkosten’ begrip
De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De regeling ziet ook op loonkosten voor werknemers met een flexibel contract en is uitdrukkelijk ook van toepassing op de loonkosten van werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsplicht bestaat, zoals werknemers met een nulurencontract. Werkgevers ontvangen een subsidie voor de laatstgenoemde groep werknemers als zij in dienst blijven en loon ontvangen gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.

Voor de loonsom wordt uitgegaan van het socialeverzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen. Als loon wordt per werknemer maximaal € 9.538 per maand in aanmerking genomen. Aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, werknemersbijdragen aan pensioen en opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd door middel van een opslag voor werkgeverslasten van 30%.

Berekening van de tegemoetkoming
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over een periode van drie maanden waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen gedurende de gekozen periode van drie maanden. Voor het bepalen van de omzetdaling wordt de omzet in de gekozen periode vergeleken met 25% van de jaaromzet van 2019. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond wordt de omzetdaling op een afwijkende manier vastgesteld.

De subsidie wordt gebaseerd op het percentage van de omzetdaling. Bij een omzetdaling van 100% wordt een percentage van 90% van de totale loonsom uitbetaald. Als de omzetdaling lager is wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.

Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen in een groep geldt de omzetdaling op concernniveau. In beginsel hoeven buitenlandse rechtspersonen echter niet betrokken te worden bij de bepaling van de omzetdaling op concernniveau, indien deze geen werknemers in dienst hebben die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Voorwaarden
Er zijn een tweetal voorwaarden verbonden aan deelname aan de regeling. Allereerst heeft de werkgever een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden. Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt is gebaseerd op de loonsom over de maand januari 2020. Om werkgevers aan te sporen om de loonsom gelijk te houden, wordt de hoogte van de definitieve subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom in de gekozen periode van drie maanden is gedaald ten opzichte van de loonsom in januari 2020.

Daarnaast mag de werkgever in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen indienen bij het UWV. Indien een dergelijk ontslag toch wordt aangevraagd wordt 150% van de loonsom van de betreffende werknemer in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de hoogte van de definitieve subsidie wordt gebaseerd.

Voorschot en bepaling van de definitieve subsidie
Nadat positief op de aanvraag is beslist zal het UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze is berekend op basis van de verwachte omzetdaling. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.

Eventuele verlenging van de noodmaatregel
De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen wordt opengehouden. Daarover wordt uiterlijk op 31 mei 2020 besloten. Er kunnen dan wel nadere voorwaarden aan de regeling worden gesteld.

HEUSSEN kan u assisteren bij het aanvragen van een tegemoetkoming in de loonkosten op basis van de NOW. Voor vragen of meer informatie over het bovenstaande kunt u contact opnemen met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


 01/04/2020

Update 6 - Ondernemingsrecht
M&A EN COVID-19: KOOPPRIJSMECHANISMEN IN TIJDEN VAN HET CORONAVIRUS

Inleiding
De gevolgen van het coronavirus (Covid-19) worden steeds meer voelbaar in de wereldwijde economie. Het kabinet heeft inmiddels een uitgebreid noodplan gepresenteerd met als doel “naast onze gezondheid ook onze banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen.” Dit pakket biedt, zo lang als het nodig is, steun aan ondernemers en bedrijven die door het coronavirus in zwaar weer zijn komen te verkeren. Verschillende sectoren, zoals de horeca, de reisbranche en de bloemenindustrie hebben zwaar te lijden.

Ook binnen de Nederlandse M&A praktijk zijn de gevolgen merkbaar. De vraag die in dit artikel centraal staat is hoe de koper in deze tijd om moet gaan met de toekomstige onzekerheden die een crisis met zich brengt. Waar dient de koper extra op te letten, en zijn er manieren om de toekomstige onzekerheid voor de koper zoveel mogelijk in te perken?

In het algemeen in tijden van economische onzekerheid en zeker nu met de enorme onzekerheid als gevolg van de Corona-crisis is het voor de koper van belang om in een M&A project extra aandacht te besteden aan het due dilligence onderzoek. In de huidige situatie kan bijvoorbeeld gedacht worden aan extra onderzoek naar de gehele supply chain van de doelvennootschap of aan een grondige check van de verzekeringspolissen en -dekkingen van de doelvennootschap en mogelijke uitzonderingen voor verschijnselen zoals het coronavirus. Ook zullen de contracten waar de doelvennootschap partij bij is nader bekeken dienen te worden om te bepalen in hoeverre de doelvennootschap haar contractuele verplichtingen kan uitvoeren, opschorten of er mogelijkheden voor beëindiging als gevolg van de coronacrisis bestaan. Naast het due dilligence onderzoek zal de koper de opschortende voorwaarden, de garanties en vrijwaringen zodanig willen formuleren dat de gevolgen van de coronacrisis ook door deze bepalingen ondervangen zullen worden. Ook de formulering van de zogenaamde MAC-clausule zal extra aandacht verdienen.

Daarnaast is het voor de koper van belang om te bepalen welk koopprijsmechanisme gebruikt wordt om tot de vaststelling van de koopprijs voor de aandelen in de doelvennootschap te komen. In het onderstaande zal ik ingaan op twee in de M&A praktijk veelvuldig gebruikte koopprijsmechanismen: het “locked-box mechanisme” en het “closing accounts mechanisme”. Ik besteed hierbij aandacht aan de invloed die de coronacrisis heeft op enerzijds een koopprijs die via het “locked box mechanisme” is vastgesteld, en anderzijds een koopprijs die via het “closing accounts mechanisme” is vastgesteld. Daarnaast zal ik ingaan op de mogelijkheid de koopprijs afhankelijk te maken van de uitkomst van de onzekere (economische) tijden door middel van een “earn-out”. Die kan de koper wellicht ook wat extra zekerheid bieden daar waar de toekomstige resultaten van een doelvennootschap uiterst onzeker zullen zijn.

Koopprijsmechanismen: locked-box en closing-accounts
Het coronavirus heeft mogelijk verregaande gevolgen voor de resultaten van de doelvennootschap. Bij een M&A transactie wordt de koopprijs vaak gebaseerd op een voorspelling van de omzet en de winst van de doelvennootschap na de transactie. In de huidige omstandigheden zal een goede inschatting maken van de omzet en de winst van de doelvennootschap lastig zijn.

Voor het vaststellen van de koopprijs wordt voornamelijk gebruik gemaakt van ofwel het “locked-box mechanisme”, of wel het “closing accounts mechanisme”. Beide mechanismen kennen voor- en nadelen. Op de vraag welk mechanisme de koper in de huidige omstandigheden het beste kan kiezen ga ik hieronder in.

Locked-box
Indien gebruik wordt gemaakt van het “locked-box mechanisme”, wordt de koopprijs vastgesteld op een moment welke een aantal maanden voor de overdracht ligt. Deze vaststelling geschied door te kijken naar de financiële situatie van de doelvennootschap op dat moment. Voor het bepalen van de koopprijs wordt vaak gekeken naar de laatst gecontroleerde cijfers van de doelvennootschap, meestal de laatst gecontroleerde jaarrekening. Het economisch risico van de doelvennootschap gaat over naar de koper per de datum van deze laatst gecontroleerde cijfers van de doelvennootschap. Deze datum wordt de effectieve datum genoemd. De koopprijs wordt echter pas bij overdracht van de aandelen betaald en wordt in beginsel na overdracht niet meer aangepast. Partijen komen overeen dat de doelvennootschap vanaf de effectieve datum met een bestendige gedragslijn wordt voortgezet en bepalen dat alleen eventuele onttrekkingen, ook wel “leakage” genoemd tussen de effectieve datum en de overdrachtsdatum door de verkoper aan de doelvennootschap moeten worden vergoed.

Closing accounts
Wanneer gebruik gemaakt wordt van het “closing accounts mechanisme”, wordt een voorlopige overnamebalans opgemaakt per het moment van de overdracht van de aandelen in de doelvennootschap. In die voorlopige overnamebalans wordt de verwachte financiële positie van de doelvennootschap op de dag van de overdracht weergegeven. De voorlopige koopprijs komt tot stand op grond van de voorlopige overnamebalans. De voorlopige koopprijs wordt op het moment van overdracht aan de verkoper betaald. Vanaf dat moment wordt de doelvennootschap voor rekening en risico van de koper gedreven.

Pas enige tijd na overdracht wordt de definitieve overnamebalans vastgesteld. Op grond van een vergelijking tussen de voorlopige overnamebalans en de definitieve overnamebalans wordt de definitieve koopprijs vastgesteld. Het is goed mogelijk dat de definitieve koopprijs afwijkt van de voorlopige koopprijs. In dat geval zal ofwel de verkoper een deel van de koopprijs moet terugbetalen aan de koper, ofwel de koper nog een extra deel aan de verkoper moet betalen.

Earn-out
Partijen kunnen ook een zogenaamde “earn-out” overeen komen. In het geval een “earn-out” overeen wordt gekomen, wordt een deel van de koopprijs op de datum van overdracht betaald. Dit deel wordt de basiskoopprijs genoemd. Partijen komen daarnaast overeen dat een ander, aanvullend deel van de koopprijs, de zogenaamde “earn-out”, niet op de overdrachtsdatum wordt betaald maar pas verschuldigd is door de koper nadat bepaalde, tussen partijen, overeengekomen voorwaarden binnen een bepaalde periode zijn behaald.

Er zijn verscheidene redenen om een “earn-out” overeen te komen. Eén van de redenen kan zijn dat het toekomstige resultaat van de doelvennootschap moeilijk te voorspellen is. Bij de “earn-out” wordt de betaling van een deel van de koopprijs namelijk afhankelijk gesteld van de in de toekomst te behalen resultaten.

Invloed van de coronacrisis
In tijden van onzekerheid lijkt het, in ieder geval voor de koper, gunstiger om te kiezen voor het “closing accounts mechanisme”. Immers, in geval gebruik wordt gemaakt van het “closing accounts mechanisme” zal de definitieve koopprijs pas ná overdracht worden vastgesteld, en zal de reeds betaalde, voorlopige koopprijs aan aanpassingen onderhevig zijn. Dit heeft tot gevolg dat de koopprijs de staat van de gekochte doelvennootschap beter zal weerspiegelen dan in het geval er gebruik wordt gemaakt van het “locked-box mechanisme”. De koopprijs wordt dan namelijk vastgesteld op een waarde van de doelvennootschap op een datum in het verleden (de effectieve datum), die wellicht niet meer overeenkomt met de waarde van de doelvennootschap ten tijden van de overname. Het “locked-box mechanisme” heeft voor de koper al helemaal een nadelige uitwerking wanneer de effectieve datum vóór of aan het begin van een crisis ligt. Het mogelijk negatieve resultaat tussen de effectieve datum en de datum van overdracht van de aandelen in de doelvennootschap komt voor rekening en risico van de koper, iets wat bij gebruik van het “closing accounts mechanisme” niet geldt, daar zullen deze resultaten immers nog voor rekening van de verkoper zijn.

Zoals al aangegeven zal het overeenkomen van een “earn-out” de koper extra zekerheid bieden. In geval van economische onzekerheid, zoals nu het geval is door de coronacrisis, zijn de toekomstige resultaten van de doelvennootschap moeilijk te voorspellen. Een “earn-out” kan dan voor de koper een uitkomst zijn om de mogelijk toekomstige negatieve gevolgen van de coronacrisis van invloed te laten zijn op de te betalen koopprijs.

Tot slot
De gevolgen van de coronacrisis zijn voelbaar. Zo ook in de M&A praktijk. Het is in deze tijden van onzekerheid voor partijen bij een overname van groot belang om aan een aantal punten extra aandacht te besteden. Ik heb in deze bijdrage de gevolgen van de keuze voor een bepaald koopprijsmechanisme aangestipt, waarbij de conclusie is dat het voor de koper gunstig is om gebruik te maken van het “closing accounts mechanisme” voor het vaststellen van de koopprijs. Daarnaast kan de koper door met de verkoper een “earn out” overeen te komen een deel van de te betalen koopprijs afhankelijk stellen van in de toekomst door de doelvennootschap te behalen resultaten.

Indien u vragen heeft over het bovenstaande, neem dan gerust contact op met ons Corona Helpdesk team (corona@heussen-law.nl, +31(0)20 312 2800).


27/03/2020

Update 5 - Arbeidsrecht
UPDATE MET BETREKKING TOT DE TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR WERKBEHOUD (“NOW”)

Hoewel het nog steeds niet mogelijk is om een aanvraag voor de compensatie van loonkosten op basis van de NOW in te dienen, kunnen we u wel voorzien van een update hieromtrent.

De Belastingdienst heeft werkgevers die een beroep op de NOW willen doen namelijk opgeroepen om hun (maandelijkse) aangifte loonheffingen te versturen indien ze dit niet reeds gedaan hebben. De reden hiervoor is dat het UWV deze gegevens nodig heeft voor het verwerken van de NOW-aanvraag. Alleen als het UWV over de meest actuele gegevens uit uw aangifte loonheffingen beschikt, krijgt u als werkgever snel waar u recht op hebt.

Het is niet vereist dat u de loonheffing ook daadwerkelijk betaalt. Als u door het coronavirus in betalingsproblemen bent gekomen, kunt u namelijk om bijzonder uitstel van betaling vragen.

Voor vragen of meer informatie over het coronavirus op arbeidsrechtelijk gebied, neem dan contact op met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 


20/03/2020

Update 4 - Ondernemingsrecht
NIEUWE MAATREGELEN TER BESCHERMING VAN BANEN EN ECONOMIE IN TIJDEN VAN DE CORONACRISIS

De gevolgen van de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) in Nederland worden steeds meer duidelijk. Volgens de cijfers van 19 maart 2020 van het RIVM zijn er inmiddels 2460 mensen in Nederland besmet met het virus, en zijn er 76 aan de gevolgen van het virus overleden. Ook de economische gevolgen zijn inmiddels merkbaar.

Op 17 maart 2020 presenteerde het kabinet het noodpakket voor banen en economie, met daarin vergaande maatregelen die als doel hebben “om naast onze gezondheid ook de banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen. De maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, bieden zelfstandigen een overbrugging en maken via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat geld in de bedrijven blijft.”

Hieronder geef ik een overzicht van de door het kabinet gepresenteerde maatregelen , waarbij ook kort wordt ingegaan op de inhoud van deze maatregelen en op de vraag voor wie deze maatregelen gelden.

1. Instellen tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW))
Een ondernemer die omzetverlies verwacht van ten minste 20% kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen voor maximaal 90% van de loonsom. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het omzetverlies. Het UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Deze maatregel heeft tot doel bedrijven in staat te stellen hun personeel te blijven doorbetalen.
Voor een uitgebreide uitleg met betrekking tot de NOW verwijs ik naar het op 18 maart jl. op onze website gepubliceerde nieuwsbericht “Introductie Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud: een aanzienlijke verlaging loonkosten van door corona getroffen werkgevers” van Sam van Well.

2. Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers
Zelfstandige ondernemers kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor hun levensonderhoud. Deze inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald.

3. Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes
Ondernemers kunnen eenvoudiger uitstel van belasting aanvragen. In dat geval stopt de Belastingdienst direct de invorderingen. De belastingen die onder deze regel vallen zijn de inkomsten-, vennootschaps-, loon- en omzetbelastingen. Eventuele verzuimboetes voor niet tijdig betalen van de belastingen hoeven niet te worden betaald. Ook krijgt de ondernemer langer de tijd om bewijs mee te sturen. Daarnaast wordt de invorderingsrente tijdelijk verlaagd naar bijna 0%.

4. Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering
Indien ondernemingen problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen dan kunnen zij gebruik maken van het Garantie Ondernemersfinanciering-regeling. Het garantieplafond van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling wordt verhoogd van € 400 miljoen naar € 1,5 miljard. Met de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling worden ondernemingen geholpen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties. Dit geld voor zowel het MKB als grote ondernemingen..

5. Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten
Qredits, een verstrekker van microkredieten die zich richt op kleine en startende ondernemingen, stelt een tijdelijke crisismaatregel open: kleine ondernemers die in de problemen komen door de coronacrisis wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden. Bovendien wordt de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%.

6. Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven
Voor land- en tuinbouwbedrijven komt er een speciale regeling: er wordt een tijdelijke borgstelling geïntroduceerd voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten. Door middel van deze regeling staat het Rijk borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers. De maatregel geldt vanaf 18 maart 2020.

7. Overleg over toeristenbelasting en de cultuursector
Het kabinet treedt in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten over de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en reeds opgelegde aanslagen in te trekken. Hierbij gaat het in het bijzonder om de toeristenbelasting. Verder is het Rijk met de cultuursector in overleg om, indien nodig, te kunnen aansluiten bij generieke maatregelen en eventuele verbijzondering.

8. Compensatieregeling getroffen sectoren
De maatregelen van het kabinet hebben vooral grote consequenties voor de inkomsten in een aantal sectoren Denk hierbij aan de verplichte sluiting van de horeca en de talloze annuleringen in de reisbranche. Het verlies aan inkomsten in deze sectoren kan moeilijk worden goedgemaakt wanneer de coronacrisis achter de rug is. Het kabinet stelt daarom met een compensatieregeling voor met passende maatregelen voor bedrijven in de genoemde sectoren. Deze regeling wordt op dit moment uitgewerkt en zal worden voorgelegd aan de Europese Commissie voor de beoordeling of sprake is van (geoorloofde) staatssteun.

Indien u vragen heeft over de door het kabinet geïntroduceerde maatregelen, neem dan contact op met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 


18/03/2020

Update 3 - Arbeidsrecht
NIET ZIEK MAAR TOCH AFWEZIG: IN HOEVERRE IS SPRAKE VAN EEN LOONDOORBETALINGSPLICHT INDIEN SPRAKE IS VAN AFWEZIGHEID IN VERBAND MET CORONA?

Als een werknemer ziek is als gevolg van het coronavirus zijn de regels duidelijk: de werknemer meldt zich ziek op gebruikelijke wijze en houdt zich aan het beleid zoals dat bij de werkgever geldt. De werkgever is gehouden tot loondoorbetaling wegens ziekte. Dat is niet anders indien de werknemer op advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (“RIVM”) thuisblijft bij verkoudheidsklachten of verhoging tot 38,0 graden. Recente ontwikkelingen roepen echter de vraag op of en in hoeverre sprake is van een loondoorbetalingsplicht als de werknemer niét ziek is, maar toch niet op het werk wil of kan verschijnen. In het hiernavolgende zullen enkele situaties worden besproken, al dan niet met bijbehorende verlofvorm.

Noodzakelijke kinderopvang: calamiteitenverlof, gevolgd door een andere oplossing
Als gevolg van de sluiting van scholen en kinderopvangcentra kunnen werknemers genoodzaakt zijn hun kinderen op te vangen. In deze situatie kan enkele dagen calamiteitenverlof worden opgenomen. De werkgever dient gedurende deze dagen 100% van het loon door te betalen. De wet voorziet niet in een calamiteitenverlof voor de gehele periode waarin scholen en kinderopvangcentra gesloten zijn. Hoewel werknemers zelf verantwoordelijk zijn voor de opvang van hun kinderen, dienen werkgevers begrip te hebben voor werknemers die er niet in slagen om volledige opvang te regelen voor de tijden die zij normaliter werken. Een voor de hand liggende oplossing is thuiswerken in combinatie met de zorg voor kinderen. Indien dat niet mogelijk is kan een oplossing worden gevonden in het verschuiven van werktijden, het opnemen van gemaakte overuren of vakantiedagen of het opnemen van onbetaald verlof.

Noodzakelijke verzorging van een zieke: kortdurend zorgverlof
Als een werknemer de noodzakelijke verzorging op zich moet nemen wegens de ziekte van een persoon als omschreven in de Wet arbeid en zorg, kan de werknemer hiervoor kortdurend zorgverlof opnemen. Gedurende dit verlof heeft de werknemer recht op 70% van het loon, maar ten minste op het wettelijke minimumloon. Voorwaarde voor de toekenning van het verlof is dat de zieke verzorging nodig heeft en dat de werknemer in kwestie de enige is die deze zorg kan geven. Het verlof bedraagt per periode van 12 maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week.

Gestrand in het buitenland: risicosfeer werkgever
Indien een werknemer in het buitenland is gestrand en niet kan terugkeren naar Nederland omdat een vlucht geannuleerd is, is sprake van overmacht. Nu geen sprake is van een oorzaak voor het niet verrichten van werkzaamheden die in de risicosfeer van de werknemer ligt, dient de werkgever in beginsel 100% van het loon door te betalen. Onder sommige omstandigheden kan het redelijk zijn aan te dringen op het opnemen van (extra) vakantiedagen. Het een en ander is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder de werknemer zich in het buitenland bevindt.

Angst voor besmetting: werkweigering
Tot slot zijn er werknemers die niet op hun werk willen verschijnen, omdat ze bang zijn door klanten of collega’s te worden besmet. Als de werkgever niet instemt met thuiswerken of de afwezigheid van de werknemer, geldt dat als werkweigering. De werkgever is dan gerechtigd om – nadat de werknemer voor de consequentie daarvan is gewaarschuwd – de loonbetaling stop te zetten. Het verdient de opmerking dat het RIVM niet heeft geadviseerd om afdelingen, fabrieken of organisaties te sluiten. Ook niet als er meer dan 100 mensen naast elkaar werken.

Dat werknemers wellicht tot een risicogroep behoren maakt het bovenstaande niet anders. Hoewel het RIVM heeft geadviseerd om in dat geval contact met andere mensen te vermijden, betekent dit niet dat de werknemers niet gehouden zijn om werkzaamheden te verrichten. Maatregelen als thuiswerken en de invoering van gespreide werktijden als dat niet mogelijk is zijn in beginsel voldoende om een besmetting te voorkomen

Wilt u meer informatie of komt u er niet uit met uw werknemer, neemt u dan contact op met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 


18/03/2020

Update 2 - Arbeidsrecht
INTRODUCTIE TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR WERKBEHOUD: EEN AANZIENLIJKE VERLAGING LOONKOSTEN VAN DOOR CORONA GETROFFEN WERKGEVERS

Eerder hebben we vermeld dat Nederlandse bedrijven die door de verspreiding van het coronavirus financiële problemen ondervinden de mogelijkheid hebben een vergunning voor werktijdverkorting aan te vragen bij het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid. Door toepassing van de werktijdverkorting worden niet-gewerkte uren als WW-uitkering betaald door het UWV. Gisteravond kondigde de Nederlandse regering een nog uitgebreidere compensatieregeling aan. Als gevolg daarvan kunnen geen nieuwe aanvragen voor de werktijdverkorting meer worden ingediend. Reeds ingediende aanvragen worden onder de nieuwe regeling afgehandeld.

De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud
De regering introduceert een aangepaste regeling, de zogenoemde ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud’. De regeling zal met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 worden ingevoerd. De aangepaste regeling is onderdeel van de maatregelen uit het steunpakket voor bedrijven die zijn getroffen door de coronacrisis. De regeling onderscheidt zich op de volgende punten van de werktijdsverkorting:

  1. De mogelijkheden voor werkgevers om een tegemoetkoming aan te vragen worden fors verruimd.
  2. Om in aanmerking te komen voor het noodfonds dient de werkgever ten minste een omzetverlies van 20% te verwachten.
  3. Werkgevers worden niet tot maximaal 75% van het maximum dagloon gecompenseerd, maar tot maximaal 90%. Het uiteindelijke percentage is afhankelijk van het omzetverlies.
  4. De regeling zal ook gelden voor werknemers met een 0-uren contract en oproepkrachten.
  5. De compensatie wordt in beginsel verstrekt voor een periode van 3 maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens 3 maanden.
  6. Gedurende de subsidieperiode mag geen personeel ontslagen worden om bedrijfseconomische redenen.

WW-premies aanvullen tot 100% van het salaris
Door de invoering van de nieuwe regeling en door de verhoging van de maximale tegemoetkoming zal de discussie over de vraag of de WW-uitkering dient te worden aangevuld tot aan het salarisniveau in het geval van werktijdverkorting aan belang inboeten.[1] Wat daar ook van moge zijn, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gisterenavond tijdens een interview dat werd uitgezonden door het televisieprogramma ‘Nieuwsuur’ in ieder geval bevestigd dat werkgevers het verschil tussen de WW-premie en het normale salaris bij een beroep op het noodfonds wel degelijk dienen te betalen.

[1] In de recente Regeling onwerkbaar weer staat dat de werkgever is vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht, terwijl het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot nu toe de indruk wekte dat de werkgever het loon volledig moet doorbetalen gedurende de looptijd van de vergunning voor werktijdverkorting.

Voor vragen of meer informatie over het coronavirus op arbeidsrechtelijk gebied, zoals over het nieuwe noodfonds, neem dan contact op met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 


03/03/2020

Update 1 - Arbeidsrecht
WERKGEVERS KUNNEN BESPAREN OP LOONKOSTEN BIJ MINDER WERK DOOR CORONAVIRUS

Het coronavirus is door het kabinet aangemerkt als buitengewone omstandigheid die niet onder het normale ondernemersrisico valt. Dit betekent dat Nederlandse bedrijven die door de verspreiding van het coronavirus financiële problemen ondervinden een vergunning voor werktijdverkorting kunnen aanvragen bij het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid. Door toepassing van de werktijdverkorting worden niet-gewerkte uren als WW-uitkering betaald door het UWV.

Voorwaarden
Om voor de vergunning in aanmerking te komen moeten bedrijven aantonen dat er voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 kalenderweken ten minste 20% minder werk zal zijn en dat er een direct verband is met het coronavirus.

De vergunning
Indien aan de voorwaarden is voldaan, kan er door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een vergunning voor werktijdverkorting worden verleend voor een periode van ten hoogste zes weken. Deze periode kan op verzoek van de werkgever drie maal worden verlengd.

WW-uitkering
Nadat de vergunning is ontvangen kan de WW-uitkering worden aangevraagd. De WW-uitkering wordt aan de werkgevers verstrekt. De werknemers blijven in dienst en ontvangen hun loon op de gebruikelijke wijze.

Geen werktijdverkorting voor oproepkrachten en uitzendkrachten
Er is geen werktijdverkorting mogelijk voor oproepkrachten met een nul- urencontract en uitzendkrachten.

Heussen kan u verder informeren over het coronavirus op arbeidsrechtelijk gebied, zoals de rechten en plichten van werknemers in verband met het coronavirus.

Voor vragen of meer informatie over het coronavirus op arbeidsrechtelijk gebied, zoals de rechten en plichten van werknemers in verband met het coronavirus kunt u contact opnemen met het Corona helpdesk team (Corona@heussen-law.nl / +31 (0)20 312 2800) 

Berekening van de tegemoetkoming

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over een periode van drie maanden waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen gedurende de gekozen periode van drie maanden. Voor het bepalen van de omzetdaling wordt de omzet in de gekozen periode vergeleken met 25% van de jaaromzet van 2019. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond wordt de omzetdaling op een afwijkende manier vastgesteld.