News
Wagevoe
Wagevoe
Sinds 1 januari 2025 kent het Nederlandse ondernemingsrecht een nieuw speelveld voor aandeelhoudersconflicten: De Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure (kortweg: Wagevoe). Wie vóór 2025 een medeaandeelhouder wilde uitkopen of uit een vennootschap wilde treden, kon veelal rekenen op een lang traject en verschillende procedures. Zoals mijn kantoorgenoot Rick Dijksterhuis destijds al toelichtte in zijn eerdere bijdrage over dit wetsvoorstel, had de wetgever één duidelijk doel: het oplossen van aandeelhoudersgeschillen sneller, eenvoudiger en praktischer maken. In de praktijk ziet men dat het invloed heeft op de manier waarop aandeelhouders procederen.
De Ondernemingskamer
De belangrijkste vernieuwing van de Wagevoe – één centraal forum voor zowel uittreding, uitstoting als enquête – heeft tot gevolg dat aandeelhoudersgeschillen niet langer in etappes worden uitgevochten. Waar partijen voorheen vaak kozen voor een tactische volgorde (bijvoorbeeld eerst een enquête, daarna een uittredingsprocedure), is nu sprake van één geïntegreerde procedure bij één rechterlijke instantie: de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Dat biedt snelheid, maar vraagt ook om vooraf meer strategische voorbereiding. In één verzoekschrift kunnen immers een enquêteverzoek met een uittredingsprocedure of uitstotingsprocedure worden gecombineerd.
Het voorgaande betekent concreet dat:
- er nog maar één feitelijke instantie is;
- hoger beroep niet meer mogelijk is (alleen cassatie bij de Hoge Raad);
- de Ondernemingskamer nu ook direct kan oordelen over samenhangende civiele geschillen, bijvoorbeeld over leningen tussen aandeelhouders of afspraken over non-concurrentie; en
- een aandeelhouder in één verzoekschrift kan verzoeken om een onderzoek naar het beleid van de vennootschap én om een gedwongen overdracht c.q. koop van aandelen.
Eerste ervaringen uit de rechtspraak
De eerste uitspraken laten zien dat de nieuwe regeling snel werkt en dat de Ondernemingskamer, tegelijkertijd met de behandeling van het enquêteverzoek, zorgvuldig afweegt of een verzoek tot uitstoting of uittreding toegewezen kan worden. Drie voorbeelden:
- 20 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:703) (link naar volledige uitspraak)
Dit betreft de eerste uitspraak van de Ondernemingskamer na de invoering van de Wagevoe. In een familiebedrijf met drie aandeelhouders – een broer, zijn zus en haar partner – ontstond een ernstig conflict over belangenverstrengeling, omdat de partner van de zus via een andere vennootschap concurrerende activiteiten verrichtte. De broer startte een enquêteprocedure, waarop de zus en haar partner reageerden met een uitstotingsverzoek. Uiteindelijk zagen partijen in dat voortzetting onmogelijk was en trokken zij hun verzoeken in om gezamenlijk een prijsbepalingsverzoek bij de Ondernemingskamer in te dienen (artikel 2:343c BW). De Ondernemingskamer benoemde een onafhankelijke deskundige om de waarde van de aandelen te bepalen. Na het deskundigenrapport mogen partijen reageren, waarna de Ondernemingskamer beslist over de uiteindelijke prijs en de reikwijdte van de waardering.
- 19 juni 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1618) (link naar volledige uitspraak)
In dit geschil tussen twee broers, die ieder via persoonlijke houdstermaatschappijen aandelen hielden in een familieonderneming, verzocht ‘broer H’ om uittreding wegens een verstoorde samenwerking. De Ondernemingskamer wees het uittredingsverzoek af: de spanningen waren grotendeels aan hemzelf te wijten en er was onvoldoende sprake van een inbreuk op zijn rechten. ‘Broer M’ werden niet onredelijk geacht in hun opstelling. Wel bepaalde de Ondernemingskamer – in de enquêteprocedure – dat een besluit tot statutenwijziging tijdelijk, vooralsnog voor de duur van de enquêteprocedure, in afwijking van de statuten kan worden genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen ter versterking van de governancestructuur.
- 7 augustus 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2275) (link naar volledige uitspraak)
Wederom een familieconflict. Twee broers, ieder voor 50% aandeelhouder en bestuurder van hun gezamenlijke onderneming, raakten onherstelbaar met elkaar in conflict. Eerdere pogingen tot mediation en ontvlechting mislukten, waardoor de samenwerking volledig vastliep en het personeel vertrok. Het gedrag van beide aandeelhouders veroorzaakte een onoplosbare impasse waardoor het belang van de vennootschap zodanig werd geschaad dat het voortduren van de gezamenlijke aandeelhouderschap in redelijkheid niet kon worden geduld. Aandeelhouder 1 verzocht de Ondernemingskamer om een enquête en onmiddellijke voorzieningen en ook verzocht hij de Ondernemingskamer om uitstoting van zijn broer als aandeelhouder. De andere broer, aandeelhouder 2, verzocht niet om de uitstoting van zijn broer aandeelhouder 1. De Ondernemingskamer oordeelde dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het beleid, gelet op het gebrek aan overleg, de schending van financieringsvoorwaarden en de interne spanningen. In de enquêteprocedure gelastte de Ondernemingskamer een onderzoek en trof onmiddellijke voorzieningen door een onafhankelijke bestuurder met doorslaggevende stem te benoemen. In de uitstotingsprocedure wees de Ondernemingskamer het verzoek toe en werd een deskundige benoemd om de door aandeelhouder 1 voor de aandelen van aandeelhouder 2 te betalen prijs vast te stellen.
Wagevoe – tot slot
De praktijk lijkt te laten zien dat de Wagevoe zijn doel vooralsnog bereikt in die zin dat de Wagevoe snelheid, coherentie en deskundigheid biedt. De komende periode moet blijken hoe flexibel de Ondernemingskamer blijft omgaan met de nieuwe regeling.